• Rolf van Velthoven

De Voetwassing als grondslag voor (crisis)management

In ons morele handelen kunnen wij ons door uiteenlopende motieven laten inspireren.

Zo kan het moreel handelen uit plicht een motief vormen, bv. de plicht om met elkaar een samen-leving vorm te geven waarin voor zoveel mogelijk mensen een menswaardig bestaan mogelijk is.


Een gevoel van plicht kan ook z’n rechtvaardiging vinden in de gedachte dat “onze regering wel weet wat voor de samenleving als geheel het beste is om te doen en daarom is het goed om de directieven van de regering op te volgen.”

Het probleem dat ik ervaar bij deze laatste gedachte en in het algemeen bij het moreel handelen uit plicht is, dat ik mij afvraag waar en op welk moment nieuwe, gezondmakende morele impulsen de samenleving binnen kunnen komen. Immers, moreel handelen uit een reeds bestaande plicht bevat niet de impuls tot vernieuwing in en verrijking van ons moreel handelingsrepertoire: wij blijven ons als het ware moreel herhalen. En juist in het politieke handelen zijn vernieuwende impulsen van groot belang, omdat in dat domein besluiten worden genomen die een hele bevolking aan gaan !


Soms doet zich in het optreden van concrete mensen iets voor waarvan ik het gevoel krijg: hier gebeurt iets nieuws, hier wordt een nieuwe, nog niet eerder vertoonde aanzet gegeven tot een andere, gezondmakende morele grondslag voor ons handelen, iets met toekomstperspectief, met ontwikkelingspotentieel. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het optreden van Jezus Christus zoals verteld door de vier evangelisten in het Nieuwe Testament.

Ik wil wat daar door de concrete persoon Jezus Christus is ‘neergezet’ – zo zeggen wij dat in moderne spraak – als bril gebruiken om te kijken of en zo ja, op welke aspecten het huidige crisis-management door onze regering in de coronacrisis erdoor zou kunnen worden geïnspireerd tot een verandering die onze samenleving weer gezond maakt en – vooral – gezond houdt. Omwille van de bondigheid van dit betoog zal ik mij beperken tot een aantal saillante aspecten van Christus’ morele maxime.


Als brandpunt voor het optreden van Jezus Christus kies ik het verhaal van De voetwassing zoals door de evangelist Johannes wordt verteld. Voor de lezer die niet of minder vertrouwd is met de inhoud van Het Nieuwe Testament geef ik kort een situatieschets.

Jezus Christus is met zijn twaalf leerlingen in Jeruzalem aangekomen om daar met hen het Laatste avondmaal te gebruiken. Wanneer zij aan tafel zitten, staat Christus op, neemt een doek, vult een bekken met water en wast elk van zijn leerlingen de voeten. De leerlingen zijn verontwaar-digd, want stel je voor, hij die door hen met “meester” en “heer” wordt aangesproken, knielt voor ieder van hen om de voeten te wassen. Na afloop van de voetwassing, wanneer Christus weer aan tafel zit, verklaart hij hen zijn daad: “Gij noemt mij meester en heer, en terecht, want ik ben het. Indien dan ik, de heer en meester, u de voeten heb gewassen, zijt ook gij verschuldigd elkaar de voeten te wassen.”

Dit liefdevolle en dienstbare gebaar van de voetwassing is als het ware een samenvatting van alle genezingen die Jezus Christus in de periode tot aan dat moment heeft gedaan en van alle discus-sies die Jezus Christus met de Farizeeën en Schriftgeleerden heeft gevoerd met slechts één doel voor ogen: ruimte scheppen voor mensen om te groeien, om zich vrij te kunnen ontwikkelen.


In plaats van de wet- en regelgeving waarin de Farizeeën en Schriftgeleerden het volk gevangen wil blijven houden (de moraliteit van de plicht), treedt hier een geheel nieuwe moraliteit de mensheid binnen. In zijn Proloog formuleert de evangelist Johannes deze aflossing van een oud moreel principe door een nieuwe, levenskrachtige op heel kernachtig wijze met de woorden: “Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus geworden.”

Bijzonder aan deze nieuwe op liefde gebaseerde moraliteit is, dat het toekomstgericht is, gericht op ontwikkeling, op wat een mens kan worden, het opent de weg tot vrijheid. Het is geen receptuur op basis van ervaringen uit het verleden en daardoor in principe nooit passend voor de toekomst.


Sinds de introductie van deze nieuwe moraliteit door Jezus Christus heeft zijn advies inzake ons morele gedrag bij veel mensen navolging gevonden en beslist niet alleen bij hen die als ‘heiligen’ worden aangemerkt. Ook in onze meest recente geschiedenis zijn er personen geweest die in uiteenlopende levenssituaties de onvoorwaardelijke liefde tot de medemens als leidraad hebben willen laten gelden. Voor het doel van deze beschouwing is een paar persoonlijkheden van belang die de richtlijnen van Jezus Christus naar hun eigen politieke handelen hebben ‘vertaald’.

Ik denk in deze politieke context aan Gandhi, die met geweldloze middelen zijn volk wees hoe zij de angst voor de Engelse kolonisator kon overwinnen. Een andere tot de verbeelding sprekende persoonlijkheid is Martin Luther King die eveneens met liefde en geweldloosheid als krachtbron opkwam voor de rechten van de zwarte Amerikanen. En tenslotte wil ik bisschop Desmond Tutu en president Nelson Mandela in Zuid-Afrika noemen die met het door hen georganiseerde proces van waarheid en verzoening wisten te voorkomen dat een golf van zwarte wraak zou gaan over de blanke minderheid.


Wat kunnen wij leren van deze vier morele reuzen die ons in het op een menswaardige manier bedwingen van crises zijn voorgegaan ? Hoe zouden zij, wanneer zij met de corona-situatie zou-den zijn geconfronteerd, hebben gehandeld ? Voor de beantwoording van deze vragen, wil ik de vergelijking trekken met wat de regering Rutte nu doet, welke kenmerken die heeft in vergelijking tot de kenmerken van het optreden van de vier genoemde persoonlijkheden.

Het eerste dat mij opvalt is het vaste vertrouwen van deze vier in de kracht van mensen, wij zouden dat nu ‘empowerment’ noemen: niet de angst aanwakkeren, maar wakker roepen van de eigen (innerlijke) kracht. De enige kracht die de regering Rutte in de aanbieding heeft, is haar kracht en zienswijze. Op de in ieder van ons aanwezige krachten wordt geen beroep gedaan, nee, die zijn zelfs schadelijk: in een interview noemt minister Hugo de Jonge preventie en een beroep doen op ons immuunsysteem zoals wij dat al eeuwen doen ter bestrijding van ziekteverwekkers, “een hobby”.


Een tweede opvallende verschil: de vier versterken de verbinding tussen mensen, terwijl de rege-ring Rutte – notabene geholpen door twee christelijke partijen ! – met haar maatregelen (creëren van angst, 1,5 meter onderlinge afstand, mondkapje) ons op afstand van elkaar zet en zo vereen-zaming in de hand werkt. Angstige mensen stellen geen vragen, maar gehoorzamen. Dat Rutte c.s. hierdoor onderlinge solidariteit als smeerolie voor het goed laten functioneren van een samen-leving van mensen, om zeep helpt, daarvan lijkt ze zich totaal niet bewust.


Heel wezenlijk is ook het verschil in het te hulp geroepen instrumentarium: ik heb al de angst genoemd, maar bij dit punt gaat het mij om de dwang door het nemen van wettelijke maatregelen

en het opleggen van boetes: de regering Rutte, hierbij gesteund door het CDA en de CU, keert hiermee in feite terug naar het spoor van de Farizeeën en Schriftgeleerden in plaats van zich te laten inspireren door de nieuwe moraliteit, gebaseerd op liefde.

Een vierde opvallende kenmerk is het verbloemende en daardoor onwaarachtige taalgebruik: “samen” in de slogan “samen tegen corona” is niet echt samen, nee, wij burgers betalen de prijs in de vorm van vrijheidsberoving en straks de bezuinigingen om nu zinloos uitgegeven miljarden weer bij te passen. Of de slogan: “Geef elkaar de ruimte”, terwijl Rutte c.s. ons helemaal geen ruimte laten en voor zichzelf alle ruimte opeist. En de corona-maatregelen worden steeds driester: heel recent zijn dat de duivelse maatregelen op scholen en voor kinderen !


Omdat met het nemen van deze maatregelen Rutte c.s. voor mij een grens over is gegaan, ga ik mijn zeer grote zorg en protest ondubbelzinnig kenbaar maken door vanuit Groningen, mijn woon-plaats, naar Den Haag te wandelen. Morgenochtend, woensdag 17-02-2021, ga ik van start.

Op mijn weg naar Den Haag wil ik bij scholen langs gaan. Ik wil het lerarenteam en ouders bemoedigen om hun grens te trekken: maatregelen die niet gezond zijn voor kinderen, mogen niet doorgevoerd worden ! Wanneer leerkrachten, kinderen en/of ouders mij iets mee willen geven om in Den Haag af te geven, dan kan dat.

Op vrijdag 5 maart 2021, de dag van mijn 11-de stille wake, wil ik weer staan voor de hoofdingang van het gebouw van de Tweede Kamer. Wanneer u sympathie kunt opbrengen voor deze actie, brandt dan thuis een kaars voor het raam. Onwetendheid mag niet langer ons regeren !


Rolf H. van Velthoven, Groningen


>>> ga naar Transitieweb.nl