Zoeken
  • Rolf van Velthoven

Autonomie

Op het eerste deel van mijn tocht naar Santiago de Compostela – het traject van Groningen, mijn woonplaats, naar Bordeaux – ben ik vaak door de plaatselijke bevolking geholpen aan een bed om de nacht door te brengen én regelmatig ook aan een warme maaltijd én een ontbijt, vaak zelfs om niets, gratis !


Wanneer ik in de tweede helft van de middag een dorp binnen liep en mij bij de plaatselijke pastoor, het secretariaat van de gemeente of de plaatselijke VVV als pelgrim bekend had gemaakt én deze status had ‘bewezen’ door het overleggen van mijn pelgrimspaspoort of Credential, dan leidde mijn vraag om een slaapplaats voor de nacht tot de acties die dan resulteerden in een slaapplek, vaak vergezeld van de uitnodiging om met de warme maaltijd en met het ontbijt mee te eten bij families thuis.


Ik was met andere woorden in de geschetste situaties geheel afhankelijk van de bereidheid van anderen om mij te helpen, een situatie die behoorlijk aan mijn gevoel voor autonomie zou hebben kunnen knagen. Dat was evenwel niet het geval: ik heb mij in deze situaties op geen enkel moment niet autonoom gevoeld. Natuurlijk was ik in staat en bereid om voor de geboden gunsten te betalen. Dat gebeurde soms, bijv. wanneer voor mij een plek in een huisje op een camping was gevonden, dan betaalde ik de voor pelgrims vaak naar beneden bijgestelde vergoeding. Veel vaker echter werden mij de faciliteiten als geschenk aangeboden.


Maakte het voor mijn gevoel van autonomie verschil tussen de situaties waarin ik wél en waarin ik niet heb betaald ? Eigenlijk helemaal niet. Het was tenslotte zo, dat – hoeveel geld ik ook bij me gehad zou hebben – wanneer mijn helpers niet bereid waren geweest tot hulp, ik met een volle portemonnee zou zijn blijven zitten, maar zonder mogelijkheid om beschut te overnachten.

Op grond van deze ervaring drong zich de vraag aan mij op: wat is autonomie eigenlijk ? Kan zinvol van autonomie worden gesproken, wanneer iemand alleen is ? Voorbeeld: slaat de uitspraak dat Tarzan autonoom was toen Jane nog niet op het toneel was verschenen, wel ergens op of is de constatering ‘Tarzan is alleen’ voor die situatie beter van toepassing ? En wanneer je de uitspraak ‘Tarzan is autonoom’ toen hij nog alleen was wél van toepassing vindt op die situatie, op welke aspecten van de situatie zou die uitspraak dan betrekking moeten hebben ? Met andere woorden: wat maakt dat je vindt dat ook dan wél van autononmie gesproken kan worden en niet van alleen zijn ?


Mijn conclusie aan de hand van mijn antwoorden op de bovenstaande vragen is dat autonomie niet van toepassing kan zijn op een persoon alleen, maar pas geldigheid en betekenis krijgt in de interactie tussen mensen: pas nadat Jane op het toneel is verschenen, is het mogelijk om te spreken over de mate van autonomie van de één ten opzichte van de ander.


In onze sterk geïndividualiseerde wereld passeert het begrip ‘autonomie’ nog al eens, bijv. in de discussie over het beëindigen van een ‘voltooid leven’.

Maar kijk je goed naar wat er zoal gebeurt rond en in samenhang met het besluit tot het beëindigen van het leven, dan valt op hoeveel personen daarbij zijn betrokken, zowel professioneel als in de intieme familiekring. Natuurlijk is het aan de persoon om – na alle voors en tegens gehoord en overwogen te hebben – een besluit te nemen.

Essentieel is het echter om aan dergelijke voorbeelden te zien hoezeer het begrip ‘autonoom’ en de situaties waarop het begrip betrekking heeft, relationeel van aard zijn: om autonoom te kunnen zijn, heb ik anderen nodig !




1 keer bekeken

© Prothuron - Rolf van Velthoven

Oudewand 13

7201 L J Zutphen

  • LinkedIn Social Icon

rolfvanvelthoven@kpnmail.nl

06 - 204 334 98 

Website gemaakt door Wisemice.nl